Zweedse scholen doen het anders: 5 buitenlessen die bankzitters veranderen in buitenkinderen
In dit artikel:
Als ouder in Zweden ontdekte de schrijfster dat kinderen buiten spelen niet per ongeluk leren, maar dat dat systematisch wordt aangeleerd. Ze legt vijf concrete lessen uit die haar kinderen van kleins af aan tot ‘buitenkinderen’ maakten.
1) Maak naar buiten gaan vanzelfsprekend: Baby’s slapen vaak buiten in de kinderwagen en op de förskola gaan kinderen meerdere keren per dag naar buiten, ook bij regen, kou of vroeg donker. Dagplanning, routines en kleding zijn daarop afgestemd.
2) Slecht weer bestaat niet, slechte kleding wel: Kinderen leren welk kledingtype bij welk weer hoort; praktische (vaak tweedehands) jassen en laarzen en pictogrammen bij de kapstok helpen daarbij. Viezigheid mag.
3) Organiseer het goed: Scholen hebben droogkasten, modderschoenen blijven bij de deur en bij uitstapjes neem je thermosflessen, dekentjes en andere spullen mee om het buiten comfortabel te maken.
4) Leer kinderen zichzelf te vermaken: Scholen plannen friluftsactiviteiten (langlaufen, bosspelen, zwemmen) zodat kinderen ontdekken dat buiten altijd iets te doen is; op het plein worden modderslides en ijsveldjes gemaakt.
5) Let op je woorden als ouder: Klagen over ‘vies weer’ ontmoedigt; een routine van naar buiten gaan werkt beter dan uitstel.
Nu er sneeuw ligt, genieten de kinderen volop van sleeën en pauzes buiten. De aanpak sluit aan bij het Scandinavische idee van friluftsliv: regelmatig buiten zijn versterkt veerkracht, motoriek en spelplezier bij kinderen.