Zorgmoeder over kind uit azc: 'Ik ving hem op met mijn hart, maar moest hem weer laten gaan'
In dit artikel:
Fernande runt een zorgboerderij voor kinderen die elders geen plek vinden. Haar aanpak draait om rust, structuur en veiligheid. Op een dag kreeg ze van de gemeente een dringend verzoek: kon ze meteen een jongen uit een azc opvangen omdat de vader niet meer voor hem kon zorgen en de moeder lange tijd onvindbaar was? Ze had wel een bed maar te weinig personeel; met extra ondersteuning stemde ze toch toe en haalde het kind de volgende dag op.
De informatieoverdracht was karig en benadrukte vooral problemen, en er was zelfs sprake van dat de pleegmoeder zonder afscheid zou vertrekken — iets wat Fernande onacceptabel vond. De jongen arriveerde ontredderd en huilend; hij had al vaak geleerd dat verblijven tijdelijk zijn. Vanaf het begin werd het belangrijk gevonden dat hij naar school ging: eerst een taalschool, later een dorpsbasisschool. Hij bloeide op, leerde snel Nederlands, ging naar voetbal en zwemles, werd trots op zijn rapport en ontwikkelde een gevoel van veiligheid — hij noemde zelfs Fernandes zoon zijn broertje.
Tijdens de zomervakantie sliep hij één nacht bij Fernande thuis, een kleine maar blijvende herinnering. Kort daarna kwam het bericht dat zijn moeder toch leefde; na verwarring trok de vader de verblijfsaanvraag in en in de herfstvakantie vertrok de jongen naar het buitenland. Fernande begeleidde hem naar Schiphol, maakte een fotoboek en een uitgebreide brief met zijn ‘gebruiksaanwijzing’ en gaf zijn knuffelbeer mee. Hij zou in Dubai aan een organisatie worden overgedragen en er zou geen contact blijven, wat het afscheid extra pijnlijk maakte.
Na vertrek voelde de zorgboerderij stiller. Fernande gelooft niet in afstandelijke professionaliteit: echte zorg vraagt betrokkenheid, ook als dat rouwen en pijn betekent. Ze roept op meer te erkennen dat pleegzorg verdriet kent en dat de liefde en veiligheid die je een kind tijdelijk biedt blijvende waarde heeft. Haar wens blijft simpel en groot: dat het kind veilig is en weet dat hij geliefd is geweest — en dat ze de moed behoudt om opnieuw haar hart te openen voor een kind dat het nodig heeft.