Sylvia (53) mishandelde haar zoon: 'Ik zag de angst in zijn ogen'

dinsdag, 3 maart 2026 (16:25) - J/M voor Ouders

In dit artikel:

Sylvia Vermeulen (53) vertelt hoe zij zelf huiselijk geweld pleegde tegen haar toen zevenjarige zoon en waarom ze besloot hulp te zoeken en daarna anderen te ondersteunen. Na een uitbarsting waarin ze haar zoon wilde slaan, zag ze de angst in zijn ogen en herkende zij haar eigen jeugdtrauma’s met een gewelddadige vader. Twee dagen na die gebeurtenis belde ze Veilig Thuis: ze voelde dat er iets fundamenteel moest veranderen.

Bij Sterk Thuis kreeg het gezin ambulante hulp en Sylvia werd gediagnosticeerd met posttraumatische stressstoornis (PTSS). Ze volgde anderhalf jaar mentaliseringsgerichte therapie (MBT), waardoor ze beter leerde begrijpen wat zijzelf en anderen voelen en denken. Ook kreeg ze EMDR om de traumatische herinneringen te verwerken. Steun van vrienden, haar kinderen en (toenmalige) man was in die periode cruciaal.

Een belangrijk inzicht voor Sylvia was het begrip van triggers en van de zogenaamde window of tolerance: als zij moe of overprikkeld is, is haar ‘raampje’ kleiner en is de kans groter dat ze uitvalt. Kleine prikkels — bijvoorbeeld een winkelwagen die tegen haar enkels stoot — konden haar vroeger al snel tot heftigheid brengen. Door te leren herkennen wanneer ze dicht bij of buiten haar raampje kwam, leerde ze anders te reageren en kreeg ze meer controle over haar gedrag.

Ondertussen loopt in Tilburg een pilotproject gericht op plegers van huiselijk geweld: vijf groepsbijeenkomsten voor tien tot twaalf vrijwillige deelnemers zonder veroordeling. Sylvia sloot zich aan als ervaringsdeskundige en buddy. Ze benadrukt dat de drempel om hulp te zoeken voor plegers groot is en dat aanwezigheid van mensen die “het zelf hebben meegemaakt” veel kan betekenen. De buddies vormen niet alleen tijdens bijeenkomsten, maar ook buiten kantooruren een vangnet. Sylvia pleit ervoor om plegers niet louter te stigmatiseren; publiek stigma en zelfstigma verhinderen vaak dat mensen hulp durven te zoeken.

Haar boodschap is dat gedrag niet gelijkstaat aan iemands identiteit: vaak uit gedrag onvervulde behoeften. Door open te praten, zonder veroordeling te luisteren en eerlijk te voelen, kunnen patronen doorbroken worden. Voor Sylvia bevestigt haar eigen traject dat verandering mogelijk is — therapie, inzicht in triggers en sociale steun maakten het verschil.

Context: waar slachtoffers terecht veel aandacht en opvang krijgen, is professionele en laagdrempelige aandacht voor plegers nog schaars. Programma’s zoals het Tilburgse kunnen bijdragen aan het terugdringen van herhaling doordat ze werken aan zelfinzicht, emotieregulatie en sociale ondersteuning. Sylvia’s ervaring illustreert zowel de complexiteit van geweld binnen gezinnen als het belang van therapie en herstelgerichte hulp voor wie geweld heeft gebruikt.