Stiefexpert Marieke Jansen: 'Waarom je je als bonusouder geen 'moeder' hoeft te voelen'
In dit artikel:
Marianne (42) vroeg zich af waarom ze, ondanks dat ze voor de kinderen van haar partner zorgt, zich niet als bonusmoeder voelt maar meer als diens vriendin. Stiefexpert Marieke Jansen reageert dat zulke twijfels veel vaker voorkomen dan mensen durven toegeven en dat het niet per se een probleem is.
Belangrijkste verklaring: in een samengesteld gezin kom je niet vanaf nul in een ouder-kindrelatie. De band tussen kind en hun biologische ouder bestaat al; jij stapt later in een bestaande gezinsdynamiek. Omdat kinderen al een moeder en een vader hebben, hebben ze vaak geen vervangende ouder nodig maar vooral een betrouwbare, betrokken volwassene. Juist daarom kan het voelen dat je vooral partner van de ouder bent, gezonder en realistischer zijn dan je te dwingen een tweede moederrol aan te nemen.
Marieke benadrukt dat het internaliseren van de verwachting “je moet je uiteindelijk wél moeder voelen” veel druk geeft. Die druk belemmert vaak juist het vormen van een natuurlijke relatie. Wanneer je jezelf toestaat geen moeder te zijn, ontstaat vaak meer ontspanning en ruimte voor een eigen band met de kinderen — soms heel hecht, soms meer afstandelijk — en beide uitkomsten zijn normaal.
Praktische aanwijzingen uit het stuk: vergelijk jezelf niet constant met de biologische ouder, zie je rol als aanvulling in plaats van vervanging, en richt je op betrouwbaarheid en betrokkenheid (bijvoorbeeld dagelijkse routines, steun bij huiswerk of vervoer naar sport). Minder prestatiedruk creëert een veiligere basis waaruit een relatie kan groeien.
Tot slot: een bonusouder hoeft geen tweede moeder te worden om waardevol te zijn in het gezin. Marieke wijst erop dat dit perspectief helpt om realistische verwachtingen te houden en op lange termijn een stabiele rol binnen het samengestelde gezin op te bouwen. Overigens wordt dit vraagstuk regelmatig besproken in haar wekelijkse rubriek; in 2024 eindigden 25.386 huwelijken in een scheiding, wat de relevantie van samengestelde gezinsvragen benadrukt.