Stephanie: 'Was ik dan zo raar of anders, dat niemand mijn vriendin wilde zijn?'

zaterdag, 27 december 2025 (15:03) - Kek Mama

In dit artikel:

Stephanie (35), getrouwd en moeder van twee dochters van negen en acht, vertelt hoe een leven lang moeite met vriendschappen haar eenzaamheid heeft bepaald — en hoe openheid en een recente autismediagnose haar perspectief veranderden. Al vanaf de basisschool was ze een buitenbeentje: nadat ze bleef zitten en later gepest werd — een incidentele luizenmelding escaleerde tot structurele uitsluiting en pesterijen — kreeg ze weinig kans om gelijkwaardige vriendschappen te ontwikkelen. In de jaren daarna probeerde ze vaak zichzelf te veranderen en zich extreem aan te passen om erbij te horen, maar dat leidde juist tot meer onzekerheid en afstand tot anderen.

Op de middelbare school en tijdens vervolgopleidingen ontwikkelde ze vooral kennissenrelaties; echte verbondenheid miste. Die leegte beïnvloedde haar zelfvertrouwen en maakte haar kwetsbaar voor mensen die haar niet goed behandelden. Op haar zeventiende liep ze een zware depressie op. Later vond ze liefde en kreeg ze een gezin; haar partner is inmiddels de vader van haar dochters en thuis is veel warmte. Toch blijft het gebrek aan hechte vriendinnen een gemis: ze miste het delen van zwangerschapsmomenten, babyshowers en het dagelijkse moedercontact dat veel vrouwen via hun kinderen opbouwen.

Recent kwam er meer duidelijkheid over zichzelf: na jaren van psychologische hulp kreeg zij vorig jaar de diagnose autisme, nadat bij haar jongste dochter vergelijkend onderzoek werd gedaan. Die diagnose verklaart volgens haar sterke punten zoals hyperfocus en het altijd 'anders' voelen, én de problemen met smalltalk en het vormen van duurzame vriendschappen. Waar eerder gedacht werd aan borderline, vielen de puzzelstukjes nu op hun plek. Die zelfkennis helpt haar om bewuster grenzen te trekken en geen energie meer te steken in contacten die haar uitputten. Tegelijkertijd ervaart ze dat vooroordelen over autisme mensen kunnen afschrikken en vriendschappen belemmeren.

Tegenwoordig heeft Stephanie één goede vriendin, die ze online ontmoette in een groep voor neurodivergente mensen; met haar kan ze zichzelf zijn zonder masker. Ook haar coach biedt een waardevolle verbinding. Fysieke nabijheid ontbreekt echter: de vriendinnen in de buurt blijven oppervlakkig — "koetjes en kalfjes" — en het sociale netwerk is klein, vooral nu ze wegens ziekteverlof niet werkt. Ze plaatste onlangs een oproep op Instagram om lokaal contact te vinden met vrouwen die van wandelen, lezen en natuur houden; dat leverde enkele reacties, maar nog geen duurzame contacten op.

Stephanie wil van haar ervaring het taboe weghalen: het is niet vanzelfsprekend dat iedereen veel vrienden heeft, en eenzaamheid bestaat ook tussen de levensfases waarop veel hulpinitiatieven zich richten. Ze houdt actief vast aan eerlijkheid tegenover haar dochters: altijd jezelf blijven bij vrienden. Haar verhaal laat zien hoe jeugdtrauma, maskeren, en een late diagnose samen kunnen verklaren waarom vriendschappen moeilijk ontstaan — en hoe openheid, zelfinzicht en online gemeenschappen toch perspectief kunnen bieden.