Rianne ligt er wakker van: 'Waar ligt de grens tussen 'boefje' en 'kleptomaan in de dop'?'
In dit artikel:
Rianne Arendsen (35), onderwijskundige, kinderyogadocent en vooral moeder, beschrijft hoe haar peuter de laatste tijd allerlei kleine voorwerpen meeneemt en verbergt, tot ongerustheid van de ouders aan toe. Wat begon met een babybedje-met-pop en rinkelgeluid bleek na onderzoek veroorzaakt door zeventig eurocenten. Kort daarna ontdekten ze tijdens het verschonen blokjes en een speelgoedautootje in haar romper; het gewichtstoename-mysterie bleek neer te komen op een klein “smokkelarsenaal”. De echtgenoot vond later zelfs een plastic keukentandmesje.
De peuter heeft een oudere zus (de kleuter) die al snel een theorie klaar heeft: spullen uit oma’s speelgoedportemonnee. Die theorie wordt versterkt door meerdere voorvallen bij opa en oma en op de opvang: een oude mobiele telefoon viel uit een broekspijp, en een speelgoedthermometer zat in haar jaszak. Rianne realiseert zich ook dat het verzamelen al eerder is voorgevallen — een puzzelstukje dat ze in de wachtkamer vond — en haalt een familieanekdote aan over een zus die ooit snoepjes per ongeluk in haar zak had.
In plaats van meteen met zorginstellingen aan de deur te kloppen, besluit Rianne het gedrag nog even te observeren. Ze wil de thermometer terugbrengen met excuses en stelt een afspraak bij de huisarts uit; de overweging is waar de grens ligt tussen onschuldig hamsteren en een probleem dat professionele aandacht vereist.
Kort contextadvies: jonge kinderen verkennen de wereld met hun handen en zakken en verzamelen regelmatig spullen; kleptomanie komt zelden voor bij peuters. Alleen als het stelen aanhoudt, doelbewust, gepaard gaat met liegen of agressie, of waardevolle spullen betreft, is een consult met een arts of kinderpsycholoog verstandig.