Patricia: 'Ik voel me een sukkel, want als iedereen deze gedachten heeft, waarom moet ik dan in therapie?'
In dit artikel:
Patricia van Liemt, columnist en moeder van twee tieners, gaat naar een intake voor cognitieve gedragstherapie omdat een reeks levensgebeurtenissen — scheiding, perimenopauze, het verlies van een paard en een hond en een carrièreswitch — oude angsten weer heeft opgerakeld. Ze arriveert onopgesmukt in een nietszeggende wachtkamer met typische tijdschriften en tissues, tegenover een meisje dat eruitziet alsof ze alle make-uptrends van NikkieTutorials heeft toegepast. De uiterlijke contrasten versterken Patricia’s eigen onzekerheid: waar zij bewust zonder make-up is verschenen, zit de ander in lagen foundation.
Tijdens het gesprek zegt de vrouw aan de andere kant van het bureau dat Patricia last heeft van intrusieve gedachten — ongevraagde, catastrofale beelden die iedereen wel eens heeft. Die opmerking biedt tegelijk troost en verwarring: als dergelijke gedachten zo algemeen zijn, waarom zoekt Patricia dan therapie? Haar eerdere ervaring met een problematische psycholoog heeft haar voorzichtig en sceptisch gemaakt.
Gedurende de intake fantaseert Patricia op speelse wijze over een klinische setting waarin zij en de make-upfan vriendinnen worden en elkaar huidverzorgingsroutines leren. De dagdroom krijgt een vreemde wending als de assistente plotseling weg is — kennelijk ontslagen of ‘genezen’ — waarna Patricia een vervolgafspraak en papierwerk meekrijgt. Terwijl ze vertrekt, besluit ze volgende week toch weer make-up te dragen, deels uit sociale overweging en als ijsbreker mocht ze diezelfde vrouw nog eens tegenkomen.
De column beschrijft op luchtige, zelfbewuste manier de drempels en ambivalentie rond hulp zoeken: de schroom, de hoop op geruststelling, en de menselijke neiging om zichzelf te vergelijken. Het stuk illustreert ook dat intrusieve gedachten veelvoorkomend zijn en dat de stap naar therapie soms vooral een kwestie is van het willen herstellen van een wiebelend fundament.