Patricia: 'Hij is de allerbeste therapeut die er is. Vergelijk het met Dr. Rossi uit Gooische Vrouwen'
In dit artikel:
Patricia van Liemt — stewardess, columniste en moeder van Maria (15) en Phaedra (12) — beschrijft een ontroerende ontmoeting in het bos terwijl ze met haar labrador Lodewyck wandelt. Een vrouw van middelbare leeftijd praat tegen haar eigen hond Tommy alsof die een overledene is, aait Lodewyck mee en biedt spontaan troost wanneer Patricia toegeeft dat Lodewyck binnenkort moet worden ingeslapen vanwege een ernstige ziekte. Die korte, menselijke uitwisseling maakt haar emotie onverbiddelijk zichtbaar: het gesprek brengt haar tot tranen en de vreemde legt een troostende arm om haar heen.
De column verweeft dit moment met Patricia’s levenslange fascinatie voor namen: op jonge leeftijd wilde ze zichzelf Georgina noemen, haar eerste konijn kreeg een pompeuze naam en later koos het gezin tussen JP en het elegante Lodewyck — dat partnerlief afkortte tot ‘Lo’. Ze schetst hoe een hond in huis voelt als een soort bonuskind: trouw, niet-klagend, altijd aanwezig en daardoor vaak de beste therapeut voor stemmingen en verdriet.
De kern van het stuk is de onvoorwaardelijke band tussen mens en hond en hoe aanwezigheid soms zwaarder weegt dan woorden. De goedbedoelde mededelingen van de voorbijganger — die de honden even verwart maar toch meevoelt — laten zien hoe kleine ontmoetingen troostkunnen bieden, ook als ze onhandig of onvolmaakt zijn. Patricia eindigt met het beeld van Lodewycks vertrouwen als één van de puurste vormen van liefde, juist nu die liefde geconfronteerd wordt met afscheid nemen.