Patricia: 'De halve bevolking draagt deze zelfverklaarde psychische aandoening met trots, maar is dat terecht?'
In dit artikel:
Schrijver Patricia van Liemt beschrijft in haar column hoe ze jarenlang met trots de term 'controlfreak' droeg — privé, op het werk en bijna als een visitekaartje — maar dat die zelfverklaring nu in een ander licht staat. Wat ze ooit zag als daadkracht en verantwoordelijkheid blijkt voor haar vooral een uiting van wantrouwen en angst: het gevoel dat als jíj het niet doet, alles misgaat. Dat perfectionisme manifesteert zich het sterkst in het moederschap, waar kleine beslissingen over schema’s en producten al snel veranderen in totale beheersdrang.
Van Liemt wijst ook op een culturele kant: controle wordt vaak beloond en geprezen — de moeder die alles regelt is “verstandig”, de vrouw die overal aan denkt is “competent” — waardoor het gedrag in stand blijft. Zelf herkent ze de oorsprong van haar drang naar controle in een traumatische jeugdervaring, toen haar zusje bijna verdronk. Pas na bijna vijfenzestig jaren — ze noemt het tweede deel van haar leven — ziet ze die link echt.
Het besef dat controle eerder een verkapte angst dan een deugd is, heeft haar ertoe gebracht in therapie te gaan om loslaten te leren. De ironie ontgaat haar niet: ook voor die behandeling maakte ze alvast een lijstje met punten die ze met de therapeut wil bespreken. De column plaatst persoonlijke herkenning naast een breder commentaar op hoe samenleving en opvoeding controlegedrag kunnen versterken, en waarom durven loslaten vaak om professionele hulp vraagt.