Opvoeden in Spanje versus Zweden: 'Hier is minder druk en meer rust voor kinderen'

zondag, 12 april 2026 (11:08) - J/M voor Ouders

In dit artikel:

De mailwisseling is tussen Vivien Bonke — sinds augustus 2024 met partner Erik‑Jan en hun kinderen Lot (7), Rein (3) en Moos (2) woonachtig op Tenerife — en Loth van Veen, die in Zweden woont. Vivien beschrijft hoe het gezinsleven en onderwijs daar eruitzien: Lot zit voorlopig nog op een klein dorpsschooltje in Chiguergue (negen kinderen, veel nationaliteiten) maar de inschrijvingen voor grotere scholen beginnen half april; ze vonden een nieuwe school met max. 13 leerlingen per klas, sportvelden en uitzicht op de oceaan en El Teide. De aanpak is persoonlijk en flexibel: vakdocenten per vak, veel buitenactiviteiten (vier keer per week sporten), maatwerk voor kinderen die sneller doorleren, en een warme sfeer waarin een knuffel van de juf gewoon kan. De mannen van het gezin gaan naar een montessorikinderopvang aan het strand waar binnen en buiten samenlopen; vanwege de 25 minuten enkele reis werken Vivien en Erik‑Jan om en om in een co‑workspace zodat ze nog tijd hebben voor zee en gezin.

Vivien benadrukt culturele verschillen met Nederland: kleinere klassen, minder prestatiedruk, wel huiswerk maar zonder de nadruk op presteren, en geen hiërarchische vergelijking via zwem- of vaardigheidsmetingen. Sociaal leven is vertrouwenwekkend en gericht op samen vieren: bergschooltjes komen samen met Pasen, Kerst en Carnaval. Ze noemt ook dat gezinnen met drie kinderen hier al als “familia numerosa” gelden, terwijl veel lokale gezinnen maar één of twee kinderen hebben.

Loth reageert vanuit het noorden: in Zweden is de sneeuw net weg, maar ook daar spelen kinderen veel buiten — in het bos — en scholen gaan meerdere keren per dag naar buiten. Ze ziet overeenkomsten: het tempo is rustiger (“ta det lugnt”), friluftsliv (leven in de natuur) is ingebed, en er bestaan plaatselijke gebruiken zoals lördagsgodis (zaterdag snoep). In Zweden zijn grotere gezinnen minder bijzonder en heerst de wet van Jante, die opscheppen ontmoedigt. Loth stelt de vraag wat Nederland kan leren van dit “poco a poco”-denken: hoe houd je ruimte voor individuele ontwikkeling in een maatschappij die sterk meet en vergelijkt?

Kortom: twee ouders in verschillende Europese landsdelen vergelijken hoe kleinschalig onderwijs, veel buitenactiviteiten en een cultuur van meer rust en minder prestatiedruk het opvoeden beïnvloeden — en ze vragen zich af wat daarvan toepasbaar is in Nederland.