Opa en kleinzoon over de impact van de oorlog: 'Zou ik zelf zo dapper zijn geweest?'
In dit artikel:
Lukas (8) brengt na schooltijd vaak tijd door bij zijn opa Maarten Frankenhuis (83): voetballen, schaken en eieren rapen bij de kippen. Die alledaagse momenten verbergen een ingrijpend familiverhaal. Frankenhuis is Joods; een groot deel van zijn familie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz vermoord. Zijn ouders konden op tijd onderduiken en overleefden, maar het verlies drukte zwaar: “Vrijwel dagelijks denk ik aan mijn vermoorde familieleden,” zegt hij. Een verhaal dat hem bijzonder raakt is dat van zijn zevenjarige neefje Karel, die met zijn ouders via Westerbork naar Auschwitz werd gedeporteerd en vier dagen na arrestatie werd vermoord.
Als baby van zes maanden werd Frankenhuis weggehaald en bij meerdere onderduikadressen ondergebracht — onder andere bij een boerenfamilie in Usselo en het laatste jaar bij een gezin in Almelo, waar hij de bevrijding meemaakte. Terugkeren naar zijn ouders ging niet vanzelf; hij moest wennen aan het nieuwe gezinsleven en merkte dat thuis over de oorlog weinig gesproken werd omdat het verdriet te groot was. Toch bleef hij zich er zijn hele leven mee bezighouden en leest en schrijft veel over die periode.
Aanvankelijk hield hij zijn eigen kinderen ook weinig voor over de oorlog, maar later besloot hij het stilzwijgen te doorbreken door zijn verhaal als gastspreker te delen op scholen en bij herdenkingen. Hij wil jongeren laten voelen dat de Holocaust geen abstracte geschiedenisles is, maar iets wat mensen daadwerkelijk overkwam en ook vandaag nog relevant kan zijn. Tegelijk toont hij realisme: het vertellen moet niet uitmonden in een constante last voor de volgende generatie; in zijn familie is het verhaal aanwezig zonder een taboe, maar ook zonder permanente belading.
De verbinding tussen opa en kleinzoon kreeg extra aandacht toen zij samen een presentatie voorbereidden voor de Nationale Kinderherdenking in Madurodam (Nationale Kinderherdenking 2026). Voor Lukas was het moeilijk voorstelbaar wat zijn opa heeft meegemaakt, maar het werken aan de herdenking zette hem aan het denken over hoe zwaar het destijds voor kinderen moet zijn geweest.
Frankenhuis benadrukt dat herdenken niet alleen terugkijken is, maar ook vragen oproept over hedendaagse morele keuzes: zou je nu — of toen — bereid zijn geweest iemand te helpen met gevaar voor eigen leven? Voor zijn familie geldt dat de geschiedenis voortleeft in verhalen, herinneringen en bewuste keuzes om te blijven vertellen, zodat de slachtoffers niet worden vergeten en lessen voor nu zichtbaar blijven.