Onderzoek: dit is waarom de eerste 1000 dagen van een baby zo ontzettend belangrijk zijn
In dit artikel:
Het CBS onderzocht kinderen die tussen 2007 en 2021 in Nederland zijn geboren en vond zowel bemoedigende als zorgwekkende ontwikkelingen in de eerste duizend dagen van hun leven. Landelijk neemt het aandeel kinderen met minstens één risicofactor licht af: van 42% (2007) naar 38% (2021). Ook het aandeel dat meerdere risico’s combineert daalt (van 16% naar 13%).
Als risicofactoren werden onder meer deze aspecten meegenomen:
- laag gezinswelvaartniveau,
- ouders met laag opleidingsniveau (maximaal basisonderwijs, vmbo of mbo 1),
- geen werk als belangrijkste inkomensbron in het huishouden,
- (gedeeltelijk) opgroeien in een eenoudergezin,
- mentale gezondheidsproblemen bij een ouder, afgeleid uit gebruik van antidepressiva of antipsychotica.
Tegelijkertijd is het opleidingsniveau van ouders zichtbaar omhoog gegaan: het percentage kinderen met ouders met hbo- of wo-achtergrond steeg van 44% naar 53%. De hoogste inkomensgroep groeit licht, terwijl de laagste welvaartslaag iets krimpt.
De schaduwzijde is dat problemen zich sterker opstapelen binnen de armere gezinnen: meerdere nadelige omstandigheden komen daar vaker samen, wat de startpositie van kinderen flink kan verslechteren. Ook nam het aandeel kinderen dat de hele eerste duizend dagen in een eenoudergezin doorbrengt toe (van 5% naar 8%), met een sterkere stijging in de laagste welvaartsgroepen; het ontbreken van een juridische vader komt in die groep iets vaker voor.
Verder verschuift de leeftijdsverdeling van moeders: minder jonge moeders (<25 jaar: 6% → 3%) en meer moeders boven de 30 (74% → 80%).
Onderzoekers willen nu volgen hoe deze vroege verschillen doorwerken in gezondheid, schoolprestaties, arbeidsmarktkansen en later zorggebruik (zoals jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg). Belangrijke vervolgvragen betreffen welke beschermende factoren kwetsbare kinderen helpen herstellen en welk effect nog niet volledig onderzochte factoren (bijv. schulden, ziekte in het gezin, detentie van een ouder, opvoedstress) hebben op de ontwikkeling. De uitkomsten moeten beleidsmakers wijzen waar extra ondersteuning het meeste verschil kan maken.