Nieuwe studie: meest bekende groeitheorie bij kinderen klopt toch niet en dit is waarom
In dit artikel:
Een nieuwe studie onder leiding van professor Andrew Agbaje (Universiteit van Oost-Finland) zet vraagtekens bij de klassieke kindergroeitheorie van de zogenaamde adipositas-rebound — het fenomeen waarbij de BMI na een eerste afname in de peuterjaren rond zes jaar weer stijgt en dat lange tijd werd gezien als een vroeg teken van later overgewicht. De onderzoekers stellen dat die terugkeer in BMI geen aanwijzing is voor meer lichaamsvet, maar vooral het resultaat van toename van vetvrije massa (spier) tijdens normale groei; kort gezegd: een BMI‑misvatting.
De conclusie komt voort uit analyses van meerdere datasets, waaronder een Fins langlopend cohort dat kinderen vanaf zeven maanden tot hun twintigste volgde (met sommige gezinnen die voedingsadvies kregen en andere niet) en een Amerikaanse steekproef van ruim 2.400 kinderen (2–19 jaar) waarin ook de taille‑lengteverhouding (WHtR) werd benut. Terwijl BMI rond zes jaar inderdaad terugkeert naar peuterwaarden, toonde WHtR — een maat die vetpercentage beter benadert — die ‘rebound’ niet. Dat suggereert dat de BMI‑kromme vooral de opbouw van spiermassa weerspiegelt, niet een ongezonde vettoename.
Praktische consequenties zijn dat de adipositas‑rebound geen ziekte- of behandelbaar risico lijkt te zijn, en dat BMI als diagnoseinstrument bij kinderen beperkingen heeft. De auteurs pleiten ervoor WHtR te overwegen als praktischer alternatief en waarschuwen tegen onnodige medische interventies voor een normaal groeiproces. De studie, gepubliceerd via Science Direct, nodigt uit tot herziening van hoe kinderartsen en onderzoekers groeipatronen interpreteren, maar bevestiging in aanvullende studies en over diverse populaties blijft belangrijk voordat richtlijnen worden aangepast.