Nieuw onderzoek onthult: dit simpele spelletje kan de mentale gezondheid van je kind verbeteren
In dit artikel:
Al op anderhalfjarige leeftijd beginnen kinderen met doen-alsof: ze voeren knuffels, veranderen alledaagse voorwerpen in iets anders of bouwen complete fantasiewerelden. Australische onderzoekers die data van meer dan 1.400 kinderen analyseerden, vonden dat sterk fantasiespel tussen twee en drie jaar samenhangt met later minder emotionele en gedragsproblemen — denk aan piekeren, angst of heftige driftbuien.
Die relatie hield stand nadat onderzoekers rekening hielden met factoren zoals thuissituatie, taalontwikkeling en de mentale gezondheid van ouders, wat het verband robuuster maakt. Exact waarom blijft onduidelijk, maar de verklaring die vaak wordt genoemd is dat kinderen tijdens het spel gevoelens, sociale rollen en nieuwe situaties oefenen — niet door uitleg, maar door ze uit te beelden.
Voor ouders zijn er eenvoudige manieren om dat spel te stimuleren: geef het kind de regie, corrigeer niet meteen, sluit aan bij zijn of haar bedenksels en stel open vragen zoals “Wat gebeurt er nu?” of “Waar gaan jullie naartoe?”. Mee spelen is goed, mits je de leiding niet overneemt. Belangrijk is ook dat er geen duur speelgoed nodig is — een deken, een paar knuffels en verbeeldingskracht volstaan vaak.
Let op: de studie toont een samenhang, geen onomstotelijk bewijs voor oorzaak en gevolg. Desondanks suggereert het onderzoek dat vrij fantaseren een waardevolle bijdrage kan leveren aan de mentale veerkracht van jonge kinderen.