Moeder voedt haar kinderen bicultureel op: 'Thuis voelde het als klein Curaçao'
In dit artikel:
Naomi Jacobs groeide op in een huis dat aanvoelde als een klein Curaçao: thuis sprak men Papiaments, het huis was een ontmoetingsplek voor uitgebreide familie, er werd veel Antilliaans gekookt en kinderen logeerden regelmatig. Pas op de peuterspeelzaal leerde ze Nederlands; later merkte ze dat het spreken van Nederlands binnen de familie soms tot commentaar leidde — ze werd wel eens een ‘makamba’ genoemd. Tegelijk zette de Nederlandse cultuur andere gewoontes tegenover die van haar familie, bijvoorbeeld op het gebied van gastvrijheid en eten.
Uiterlijk en haarverzorging maakten haar als kind zichtbaar anders: tantes brachten kleding en haaraccessoires uit Curaçao, en opmerkingen of mensen haar krullen mochten aanraken bleven ook naarmate producten en kappers in Nederland beter beschikbaar werden, terugkomen. In plaats van dit als verlies te zien, beschouwt Naomi haar biculturele achtergrond nu als verrijking; ze voelt zich zowel Antilliaans als Nederlands en noemt zichzelf een wereldburger.
Samen met haar Arubaanse man draagt ze de Caribische cultuur bewust over aan hun kinderen: Papiaments, Engels (vanwege Aruba), muzieksoorten als soca, salsa en bachata, deelname aan het zomercarnaval en gerechten zoals funchi. Hun zoon van vijf heeft al een sterk rechtvaardigheidsgevoel; hun dochter is één jaar. In haar eigen opvoedingsstijl wijkt Naomi af van de strikte, hiërarchische aanpak van haar moeder: zij legt meer nadruk op individuele behoeften en het stimuleren van interesses in plaats van louter prestatiegerichtheid.
Naomi’s moeder waardeert de manier waarop zij de tradities in de volgende generatie bewaart. Het doel is duidelijk: kinderen opvoeden die verbonden zijn met hun Caribische wortels en tegelijk open en betrokken wereldburgers worden.