Leona verhuisde van Rotterdam naar een dorp en weer terug: 'Ik bleek toch een stadsmens'
In dit artikel:
Leona (diëtiste), haar partner Mo (controller) en hun toen tweejarige dochter Zena ruilden twee jaar geleden hun appartement in Rotterdam in voor een dijkhuisje in een dorp, met het idee Zena een buitenkindertijd te geven zoals Leona die zelf had. Het stadshuis werd binnen twee weken verkocht met €17.000 winst; het dorp bood meer woonruimte, een diepe tuin en uitzicht op de uiterwaarden, en Mo had een korte reistijd naar zijn werk — al rekenden ze niet op files.
De eerste maanden leken ideaal: een woonkeuken, een tuin, geen trap meer met de kinderwagen. Maar zodra Leona weer fulltime ging werken, kwamen de nadelen naar voren. De file maakte haar werkdagen langer, in Zena’s klas zat bijna alleen thuisblijvende moeders en begrip voor haar werkrooster was beperkt. Sociale activiteiten en spontane diensten in de stad — terrasjes, de Turkse winkel om de hoek, favoriete eettentjes, zelfs het tramgeluid — begonnen te missen. De dorpsrust voelde soms beklemmend; parken werden gebruikt om eendjes te voeren of als doorgang, niet om te “chillen”.
Leona probeerde zich aan te passen: buren uitnodigen, een hardloopgroepje opzetten, het jaar uitproberen zoals Mo voorstelde. Dat veranderde het heimwee niet. Na het zien van een tv-item over het opgeknapte Oude Westen in Rotterdam realiseerden zij dat het stadsleven belangrijker voor hen bleek dan verwacht. Twee jaar na vertrek keerden ze terug naar Rotterdam; ze wonen tijdelijk in een huurhuis terwijl hun nieuwbouw klaar wordt. Financieel viel de terugkeer tegen: het dijkhuisje ging met €10.000 verlies van de hand en de eerder geïnvesteerde nieuwe keuken ziet ze als weggevreten kosten. Ze sloegen een vakantie over en laten sommige luxe achterwegen, maar hebben ook voordelen: oma en opa passen twee middagen per week op Zena (geen opvangkosten), de tweede auto kon weg en Leona fietst weer naar haar werk.
Belangrijker dan de financiële afwegingen vond Leona het emotionele: zij concludeert dat ze een stadsmens is en dat gelukkige ouders bijdragen aan gelukkige kinderen. Zena miste aanvankelijk vriendinnetjes uit het dorp maar is goed gewend geraakt; een dorpsvriendinnetje komt binnenkort logeren, en Leona verwacht weer te “chillen in het park”. Het verhaal illustreert de trade-off die veel jonge gezinnen ervaren: meer ruimte en rust op het platteland versus sociale netwerken, praktische voorzieningen en levenskwaliteit van de stad. Leona’s ervaring benadrukt dat woonkeuze niet alleen om m2 en natuur draait, maar ook om identiteit, sociale aansluiting en dagelijkse flexibiliteit.
Achtergrond: dit persoonlijk verhaal verscheen eerder in Kek Mama.