Kirsten emigreerde naar Spanje met tieners: 'Mooi weer maakt niet alles goed'
In dit artikel:
Kirsten de Roo verhuisde anderhalf jaar geleden met haar gezin van Nederland naar Jávea aan de Costa Blanca (regio Valencia). De drijfveren waren een vrijer leven, meer buitenactiviteiten en beter weer, maar de realiteit bleek minder rooskleurig dan verwacht — vooral op schoolgebied voor hun dochters, die bij vertrek 13 en 9 jaar oud waren.
Het grootste struikelblok was de taal en het regionale onderwijs. In Valencia wordt veel lesgegeven in het Valenciaans, een streektaal die voor Kirstens gezin sterk verschilt van het Spaans dat ze beheersten. Daardoor hadden de meisjes moeite om zich in het lokale onderwijssysteem staande te houden; uiteindelijk stapte de jongste over naar een semi-privéschool met Engels en Spaans als voertalen, de oudste naar een internationale school met volledig Engels onderwijs. Internationale scholen bieden uitkomst, maar zijn duur.
Kulturverschillen vielen op andere gebieden op. Spaanse scholen leggen sterk de nadruk op gemeenschapszin, respect en samenhang; groepsvorming en sociale uitsluiting spelen er minder. Leraren zijn strenger, telefoons tijdens schooltijd zijn verboden, en kinderen gaan vriendelijker met elkaar om. Dat collectieve gevoel vertaalt zich ook in het dagelijks leven: men is minder gericht op uiterlijk en materiële zaken, zondag staat vaak in het teken van rust en familie, en buren tonen behulpzaamheid.
Tegelijk merkte het gezin dat bepaalde vrijheden juist afnamen. Waar Nederlandse kinderen vaak zelfstandig kunnen fietsen naar vriendjes, moeten Kirstens dochters nu overal naartoe worden gebracht. Ook de veiligheidsopvattingen zijn losser: schoolactiviteiten kunnen avontuurlijk en minder gereguleerd zijn, wat enerzijds ruimte en plezier geeft, maar anderzijds zorgen oproept.
Persoonlijk heeft de verhuizing Kirsten losser en toleranter gemaakt; ze ervaart meer acceptatie voor een “go with the flow”-houding. Tegelijk blijft ze kritisch en realistisch: emigreren vraagt aanpassing van waarden, en niet alles van het Nederlandse systeem is overbodig. Ze raadt ouders die willen verhuizen aan zich grondig te verdiepen in de lokale scholen en taalomstandigheden, niet te idealiseren, en open te blijven communiceren met hun kinderen — want aanpassingsprocessen verlopen per kind verschillend en kunnen terugvallen kennen.
Na anderhalf jaar is ze nog ambivalent over de keuze: sommige verwachtingen zijn uitgekomen, andere niet. De belangrijkste lessen zijn flexibel zijn, loslaten en tijd investeren in het vinden van de juiste balans tussen nieuwe kansen en praktische realiteit.