Kabinet-Jetten komt met nieuwe kindregeling waardoor ouders meer geld per kind krijgen
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten introduceert de “kindregeling”: een samengevoegde uitkering die kinderbijslag en het kindgebonden budget vervangt. Doel is een eenvoudiger, duidelijker systeem dat administratieve fouten en grote terugvorderingen — zoals bij het toeslagenschandaal — moet voorkomen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) krijgt de uitvoering in handen; het Centraal Planbureau (CPB) maakte berekeningen van de effecten voor 2028.
Opzet: de nieuwe regeling bestaat uit een hoger vast bedrag voor ieder kind en een kleiner inkomensafhankelijk (variabel) deel. Wie nu geen recht heeft op het kindgebonden budget (meestal hogere inkomens) krijgt daardoor naar schatting 238 tot 339 euro per kind per jaar extra in 2028. Huishoudens die nu wel het kindgebonden budget ontvangen zien het variabele deel met circa 208 euro per jaar dalen; hun nettovoordeel blijft beperkt tot ongeveer 30–131 euro per kind per jaar.
Belangrijk consequentie: de inkomensverschillen in kinderbijslagen nemen af. Dat brengt meer voorspelbaarheid en zekerheid voor alle ouders, maar betekent ook dat juist de gezinnen met de laagste inkomens relatief weinig koopkrachtwinst behalen. Als de overheid na 2028 het variabele deel nog verder afbouwt, wordt die egaliserende trend nog sterker — iets dat in de toekomst nog beslist moet worden.
Kort gezegd: het kabinet kiest voor eenvoud en minder risico op terugvorderingen, ten koste van gerichte inkomensondersteuning. Dat levert voor veel gezinnen een kleine verbetering, maar de grootste baten gaan naar huishoudens die het financieel al iets beter hebben. In het publieke debat speelt daarnaast discussie over transparantie en hoe gezinnen met meerdere kinderen rondkomen; voorbeelden als gezinnen die publiekelijk hun kosten delen tonen de maatschappelijke aandacht voor het onderwerp.