Juf Cynthia (33) stapte uit het onderwijs: 'Een kleuterklas van 34 kinderen is niet veilig'
In dit artikel:
Cynthia van Dijk (33), ooit kleuterjuf en inmiddels moeder van drie jonge kinderen, verliet het basisonderwijs omdat de praktische en emotionele eisen haar te veel werden. Tijdens haar laatste periode stond ze voor een kleuterklas van 34 kinderen, waarvan een paar kinderen nog niet zindelijk waren en ongeveer zes kinderen zichtbaar ontregeld gedrag vertoonden (fysiek agressief, gillen, onder tafels kruipen). Ze had slechts één collega-assistent een dag per week en droeg verder de volledige verantwoordelijkheid: toezicht, veiligheid waarborgen, handelingsplannen, oudergesprekken, administratie en vergaderingen — een werklast die haar zowel fysiek als mentaal uitputte, juist toen ze net moeder was geworden.
Het contrast tussen kinderen die zich lieten gelden en de stille, meegaande kinderen raakte haar het meest. De aandacht moest vanwege veiligheidsredenen naar de kinderen met ontregeld gedrag; de rest van de groep kreeg daardoor minder zicht en individuele begeleiding. Volgens Cynthia leren veel kinderen hierdoor vroeg dat aanpassen en niet opvallen loont: hun tempo, behoeften en vragen worden minder belangrijk, wat op lange termijn schadelijk kan zijn voor hun emotionele ontwikkeling.
Vanuit haar ervaring pleit ze voor een ander vertrekpunt in de vroege jaren: de eerste zeven levensjaren zouden volgens haar vooral rond hechting, rust en relatie moeten draaien in plaats van vroege cognitieve prestaties. Een veilig zenuwstelsel, rust en verbinding maken volgens haar natuurlijke ontwikkeling mogelijk; pushen op mijlpalen doet dat juist voorbijgaan. Ze vraagt meer flexibiliteit voor ouders in het aantal schooldagen, omdat niet ieder jong kind gebaat is bij vijf volle dagen opvang en sommige kinderen meer hersteltijd nodig hebben.
Cynthia stelt ook systeemveranderingen voor: lagere leerlingenaantallen per groep, minder prikkels in de klas en minder nadruk op extra programma’s, meer aandacht voor sociaal-emotionele vaardigheden en meer tijd buiten in de natuur. Als voorbeeld noemt ze Finland, waar formeel onderwijs doorgaans later begint en spel, natuur en emotionele ontwikkeling centraal staan.
Terugblikkend is ze trots op de veilige relaties die ze met kinderen opbouwde, maar ook verdrietig en boos over de beperkingen van het huidige systeem dat leerkrachten uitput en kinderen niet altijd ziet. Ze roept collega’s op zich uit te spreken en volwassenen een signaal te geven dat het zo niet langer kan. Haar boodschap in één zin: verandering vergt eerlijkheid van binnenuit en een systeem dat zich schaart rond de behoeften van kinderen in plaats van andersom — “Samen kunnen we meer dan we denken.”