Jentl heeft zichtbare littekens: 'Soms grap ik dat je op mijn armen boter-kaas-en-eieren kan spelen'
In dit artikel:
Jentl van Wijk (41) uit Bilthoven vertelt voor het eerst openlijk over de littekens op haar lichaam door zelfbeschadiging. Als moeder van twee kinderen wil ze het stigma rond zichtbare littekens doorbreken en laten zien dat ze niets zeggen over iemands karakter of opvoedkwaliteiten.
Van Wijk groeide op in een onveilige omgeving en had door haar misbruikverleden en psychische pijn lange tijd geen goede manier om met haar gevoelens om te gaan. Zelfbeschadiging begon in haar puberteit en werd later steeds ernstiger. Het gaf haar tijdelijk rust en hielp donkere gedachten op afstand te houden. Uiteindelijk waren haar verwondingen soms zo ernstig dat ze gehecht moest worden. Ze vertelt dat sommige zorgverleners daar hard mee omgingen en haar ooit zonder verdoving hechtten, omdat ze de verwondingen zelf had veroorzaakt.
Hoewel ze inmiddels beter begrijpt dat zelfbeschadiging een overlevingsmechanisme was, blijft het accepteren van haar littekens moeilijk. Vooral de blikken van andere volwassenen, bijvoorbeeld in een winkel of pretpark, maken haar onzeker. Ze vreest dat mensen zich afvragen of ze wel een goede moeder kan zijn. Tegelijkertijd ziet ze dat zulke oordelen vaak voortkomen uit onwetendheid.
Thuis praat Van Wijk juist zo open mogelijk over haar littekens. Met haar kinderen en vrienden gebruikt ze soms humor om het onderwerp minder zwaar te maken. Haar kinderen weten dat haar jeugd moeilijk was, maar ze bewaart details over het misbruik nog voor later. Wel bespreekt ze met hen dat iedereen eigen manieren heeft om met moeilijke gevoelens om te gaan.
Van Wijk wil haar kinderen vooral meegeven dat zichtbare en onzichtbare littekens niet bepalen wie je bent. Ze wil dat zij altijd bij haar terechtkunnen, iets wat ze zelf vroeger miste. Ook probeert ze haar eigen angsten niet op hen over te dragen en dagelijks te geloven dat ze goed genoeg is.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’