Is te veel opvang slecht voor de ontwikkeling van je kind? Dit zegt nieuw onderzoek
In dit artikel:
Een Australisch grootschalig onderzoek (First Five Years-project) volgde 274.000 kinderen en onderzocht hoe uren in de kinderopvang samenhangen met ontwikkelingsscores in het eerste schooljaar. Gemiddeld zitten kinderen ongeveer 34 uur per week in opvang. Kinderen die 30–35 uur per week gaan hebben rond de 22% kans in de laagste 10% van ontwikkelingsscores terecht te komen; bij 40+ uur stijgt dat aandeel naar ~26% en bij 50+ uur naar ~28%. Opvallend is dat kinderen zonder enige opvang het slechtst scoren: ongeveer 37% valt in die kwetsbare groep.
Met “ontwikkelingskwetsbaar” bedoelt het onderzoek kinderen die in de onderste 10% presteren op gebieden als taal en denkvaardigheid, sociale vaardigheden, emotionele ontwikkeling, communicatie en lichamelijke gezondheid — geen medische diagnoses, maar een momentopname van waar een kind staat. De verschillen tussen verschillende opvanguren zijn klein en vooral zichtbaar bij sociale en emotionele ontwikkeling; op andere ontwikkelingsgebieden lijkt urenlengte weinig effect te hebben.
Belangrijker dan alleen het aantal uren blijken de kwaliteit van de opvang, de thuisomgeving en sociaaleconomische omstandigheden. Voor kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen levert opvang vaak duidelijke voordelen. Ouders wordt dan ook aangeraden niet te veel te focussen op een strikt urenplafond maar op het totaalplaatje: warme, vaste pedagogische gezichten, een stimulerend programma en thuis veel voorlezen, praten, spelen en zingen ondersteunen de ontwikkeling het meest.