Inspectie slaat alarm: zoveel procent van de scholen scoort onvoldoende op onderwijskwaliteit
In dit artikel:
Een recente steekproef van de Onderwijsinspectie in Nederland, uitgevoerd onder 1.208 basisscholen, middelbare scholen en afdelingen (inclusief speciaal onderwijs), laat zien dat de kwaliteit van een aanzienlijk aantal scholen te laag is. Zestien procent kreeg een onvoldoende, twee procent een beoordeling ‘zeer zwak’. Voor het eerst sinds 2017 onderzocht de inspectie niet alleen risicoscholen maar ook instellingen zonder eerdere negatieve signalen.
De grootste tekortkomingen liggen bij de basisvaardigheden: taal, rekenen en burgerschap. In het voortgezet onderwijs kreeg bijna driekwart van de scholen een herstelopdracht op deze gebieden. Met name in de onderbouw van de middelbare school dalen leesvaardigheid en woordenschat ten opzichte van de periode vóór corona; rekenvaardigheid loopt vooral terug op het vmbo. Tegelijkertijd tonen vwo-leerlingen een lichte vooruitgang in wiskunde en presteert het primair onderwijs weer grotendeels op het pre-coronaniveau.
De inspectie noemt de bevindingen zorgelijk. Onderwijspsycholoog Paul Kirschner waarschuwt met harde bewoordingen en pleit voor een nationaal 'Deltaplan' omdat er volgens hem te weinig urgentiebesef is. De inspectie wijst ook op de rol van schoolleiders: de dagelijkse druk (personeelstekorten, oudercontacten, overleggen) belemmert structurele kwaliteitsverbetering. Onderwijsexpert Freek Polter benadrukt echter dat het probleem deels ligt bij hoe leiders hun rol invullen en worden opgeleid, niet alleen bij tijdgebrek.