'Ik haat jou!' of 'Ik wil dood!': waarom jonge kinderen dit zeggen (en wat het écht betekent)
In dit artikel:
Als een peuter of kleuter plotseling zinnen uitspreekt als “Ik haat jou” of “Ik wil dood”, zegt dat meestal meer over wat er innerlijk gebeurt dan over letterlijke bedoelingen, stelt ontwikkelingspsycholoog Mique van Gorp. Jonge kinderen beleven emoties hevig terwijl hun spraakvermogen nog achterblijft: ze begrijpen vaak meer dan ze kunnen verwoorden. Daarom grijpen ze naar sterke woorden die ze in hun omgeving hebben gehoord en die een intense beleving lijken te passen, zonder dat ze de abstracte inhoud ervan echt overzien.
Ook hun impulscontrole is beperkt: woorden “floepen eruit” voordat ze kunnen nadenken. Een sterke, geschrokken reactie van volwassenen kan dit gedrag onbedoeld versterken, omdat het kind leert dat zulke uitdrukkingen effect hebben. Simpelweg verbieden of afkeuren werkt doorgaans niet; het ontkent het gevoel van het kind en ontneemt een kans om te verbinden.
Wat wél helpt, is het benoemen van de emotie en het bieden van kalmte en nabijheid. Door te zeggen wat je ziet (“je bent erg boos”), of later te herstellen als je te fel reageerde, houd je de emotionele verbinding intact. Dat proces van samen kalmeren — co-regulatie — is cruciaal: jonge kinderen kunnen hun emoties nog niet zelfstandig reguleren en hebben volwassenen nodig om te leren hoe gevoelens weer rusten.
Ouders hoeven meestal niet te schrikken als het gedrag kort is, reactiegericht verdwijnt en het kind daarna weer contact zoekt. Wel voorzichtig zijn wanneer boosheid langdurig is, het kind moeilijk tot rust komt, contact mijdt, het dagelijks functioneren hindert of er andere signalen zijn zoals slecht slapen of ontwikkelingsachteruitgang; dan is overleg met een professional verstandig.
Kort gezegd: heftige woorden schrikken, maar weerspiegelen meestal emotionele overbelasting. Rust, herkenning van gevoel en herstel van verbinding helpen kinderen stap voor stap emoties te begrijpen en te uiten.