Hitteprotocol bij kinderopvanglocaties onvoldoende, volgens GGD: 'Één maximale binnentemperatuur is niet de oplossing'
In dit artikel:
De GGD roept kinderopvangorganisaties op tijdens warme periodes extra alert te zijn. Hoewel opvanglocaties verplicht een hitteprotocol hebben, zijn die plannen volgens de toezichthouder soms te algemeen. Eén standaardprotocol voor meerdere vestigingen volstaat niet altijd, omdat gebouwen en afzonderlijke ruimtes sterk kunnen verschillen in bijvoorbeeld ventilatie, zonwering en airconditioning.
Een goed protocol moet daarom per locatie en soms per ruimte beschrijven welke plekken snel opwarmen, hoe medewerkers oververhitting herkennen en welke maatregelen nodig zijn. Ook moeten ouders worden geïnformeerd. Bij jonge kinderen zijn signalen als sloomheid, minder reageren en een versnelde hartslag reden om hen direct uit de warmte te halen, af te koelen en vocht te geven.
De GGD pleit niet voor één landelijke maximale binnentemperatuur, omdat ook luchtvochtigheid, kleding en de leeftijd van kinderen bepalend zijn voor het risico. Organisaties kunnen extra schaduw creëren, beter ventileren, ruimtes anders gebruiken of kinderen naar een koelere plek brengen. Het is volgens de GGD belangrijk dat opvanglocaties hun plan niet alleen hebben, maar het tijdens warme dagen ook goed uitvoeren.
De Oranjezomer: Cast van musical 'We Will Rock You' blaast De Oranjezomer-studio omver met 'Somebody To Love!'