Heba: 'Ons geloof is belangrijk, maar bovenal wil ik mijn kinderen leren een goed mens te zijn'
In dit artikel:
Heba Shabaan (44) verhuisde 24 jaar geleden vanuit Egypte naar Nederland. Haar man Ehaab (56) runt een broodjeszaak; in het begin zat Heba veel alleen en vond troost in haar geloof. Ze bidt nog steeds vijf keer per dag. Het gezin woont inmiddels gesetteld in Nederland en heeft drie kinderen: Alladin (23), Heba (19) en Nourdin (10). De oudste studeert aan de universiteit, de middelste volgt hbo en de jongste zit op de basisschool; allemaal zijn ze erg sportief.
Geloof vormt een belangrijke, maar niet strikte pijler in hun huishouden. Heba wil haar kinderen vooral waarden meegeven — eerlijkheid, behulpzaamheid en het vermijden van negatieve invloeden — en ziet religie als die morele basis. De twee oudste gingen vanaf hun dertiende in het weekend naar een islamitische school om de Koran te leren; de jongste zal volgen. Thuis wordt er gebeden en uit de Koran gelezen; de oudste twee bidden zelfstandig, de jongste volgt langzaam. Ramadan en vasten worden beleefd en de mannen bezoeken wekelijks de moskee.
Een belangrijk uitgangspunt van het gezin is keuzevrijheid: religieuze uitingen zoals het dragen van een hoofddoek zijn aan de kinderen zelf. Hun dochter besloot op haar zeventiende een hoofddoek te dragen. Ook Nederlandse tradities worden niet rigide afgewezen — er is ruimte voor Sinterklaas en kerstversiering als de kinderen dat willen.
Heba benadrukt respect voor andere geloofsovertuigingen, maar ervaart dat dat niet altijd wederkerig is; ze werd recent geconfronteerd met een vooroordeel in een Albert Heijn. Haar verhaal, eerder verschenen in Kek Mama, illustreert hoe een immigrantengezin balans zoekt tussen religieuze identiteit, opvoeding en integratie in de Nederlandse samenleving.