Heb je maar één grote liefde in je leven? Dit zeggen experts erover
In dit artikel:
Zangeres Kylie Minogue stond recent weer in de spotlights toen ze openhartig sprak over haar overleden ex Michael Hutchence — meer dan dertig jaar na hun relatie noemt ze hem nog altijd een van de belangrijkste liefdes in haar leven. Dat roept de vraag op die veel mensen bezighoudt: hebben we eigenlijk maar één grote liefde?
Psychologen relativeren dat romantisch beeld. Het idee van “de ware” is sterk gevoed door literatuur en films, waardoor veel mensen geloven dat er slechts één allesbepalende relatie bestaat. In de praktijk spelen echter omstandigheden een grote rol: wie je op een bepaalde leeftijd tegenkomt, welke levensfase je doormaakt en of een relatie plotseling eindigde bepalen vaak hoe onvergetelijk iemand voor je blijft. Het gaat dus niet alleen om de ander, maar ook om wie je zelf toen was.
Wetenschappelijk bewijs voor één enkele soulmate ontbreekt; onderzoekers zien juist dat mensen meerdere diepe, betekenisvolle relaties kunnen hebben, die elk passen bij verschillende fases van het leven. Waar je op je twintigste valt voor avontuur, zoek je later eerder stabiliteit, veiligheid en praktische zorg. Dat maakt een latere liefde niet minder bijzonder, maar wel anders van aard.
Een valkuil is idealisering: oude relaties worden in herinnering vaak vergoelijkt, waardoor nieuwe partners onterecht met een geromantiseerd verleden worden vergeleken. Dat is onrechtvaardig voor het heden en kan kansen op nieuwe verbindingen blokkeren.
Kortom: het kan heel goed zo zijn dat je meerdere ‘grote liefdes’ hebt — elk met een eigen betekenis: de eerste die je liet geloven in romantiek, degene die je levenslessen gaf, de partner met wie je kinderen kreeg, of iemand die je troost vond nadat je dacht nooit meer verliefd te worden. Dat maakt vroegere relaties niet minder waardevol, maar opent ook hoop: je liefdesverhaal is vaak meer hoofdstukken dan eindpunt. (Bron: The Independent; voorbeeldverhaal van “Esther” wordt genoemd.)