Femke is een boysmom: 'Al dat stoeien, ik wist dat het een keer echt flink mis zou gaan'
In dit artikel:
Femke, moeder van twee jongens van 5 en 7 jaar, beschrijft hoe haar huis voortdurend aanvoelt als een mini-worstelarena: krassen, blauwe plekken en gescheurde kleding horen erbij en stoeien escaleert regelmatig. Ze en haar vriend laten de jongens vaak “gewoon spelen”, maar Femke leeft met de constante angst dat het een keer echt misgaat.
Dat moment kwam toen ze even niet keek. Middenin het rumoer viel er plotseling een stilte, gevolgd door gillend gehuil van de jongste. Binnen enkele seconden lag het gezicht van haar zoon onder het bloed; de oudste vertelde dat het per ongeluk was gebeurd, maar niemand kon precies zeggen wat er was gebeurd. Ze gingen met spoed naar de eerste hulp; de diagnose was een gebroken neus. De neus werd rechtgezet en is goed geheeld, maar het incident liet Femke geschrokken achter. De jongens waren daarna wel even voorzichtiger, maar volgens haar is het onwaarschijnlijk dat ze er blijvend van geleerd hebben.
Het verhaal illustreert de spanning tussen het toestaan van ruw spel—dat kinderen vaak plezier geeft en sociale grenzen verkent—en de verantwoordelijkheid van ouders om veiligheid te waarborgen. Femke kijkt terug op het ongeluk als een onvoorziene, maar ingrijpende gebeurtenis die haar bevestigt in haar vrees dat zulke ongelukken kunnen gebeuren. Ze sluit met de constatering dat het voor ouders niet ongewoon is om zulke minder leuke momenten mee te maken, en dat een blijvend litteken of herinnering soms het prijskaartje is van stoer jongensspel.