Expert: dit doen we verkeerd als we met kinderen over de dood praten (en zo pak je het wel aan)
In dit artikel:
Longarts Sander de Hosson en journalist Els Quaegebeur schreven het boek Game over om ouders te helpen eerlijker en duidelijker met kinderen over de dood te praten. Hun vertrekpunt: veel volwassenen gebruiken verzachtende metaforen — zoals “opa slaapt” of “zij is een sterretje” — maar kinderen nemen taal vaak letterlijk en raken daardoor juist verward of bang. Zulke omwegen laten ruimte voor angstaanjagende fantasieën wanneer kinderen zelf een verklaring moeten invullen.
Voor het boek spraken De Hosson en Quaegebeur met kinderen, die directe vragen stelden zoals: doet het pijn om dood te gaan? Waarom wordt iemand koud of stijf? Waar is opa nu? Gaat mijn moeder ook dood? Die gesprekken benadrukten volgens de auteurs dat kinderen behoefte hebben aan duidelijke, rustige antwoorden. Niet elke vraag is volledig te beantwoorden, en dat is begrijpelijk: het is beter om onwetendheid toe te geven dan vage metaforen te gebruiken. De auteurs raden aan verschillende opvattingen te noemen (hemel, wedergeboorte, niets meer) en eerlijk te zeggen dat niemand het zeker weet.
Praktische adviezen uit het boek: betrek kinderen bij ziekte en afscheid als ze dat zelf willen, ongeacht hun leeftijd; geef eerlijke, eenvoudige antwoorden; en moedig vragen aan. De Hosson wijst erop dat kinderen vaak minder zwaar reageren dan volwassenen verwachten — veel kinderen stellen een paar vragen en gaan dan weer spelen — en dat openheid daarom meer rust kan geven dan het proberen te beschermen tegen het onderwerp. Kortom: eerlijkheid en aanwezigheid helpen kinderen beter omgaan met verlies dan beschermende omzwervingen.