Een generatiedingetje: 'De millennial is geneigd zich weg te cijferen, een gen Z-moeder zet zichzelf op één'
In dit artikel:
Ik ben Mariska, geboren in 1982, 43 jaar en moeder van twee jongens (12 en bijna 9). Als millennial herken ik mezelf in een opvoedstijl die veel aandacht, betrokkenheid en soms oververantwoordelijkheid laat zien: trots om behulpzaam en beschermend te zijn, maar ook vertrouwd met het schuldgevoel wanneer werk en gezin samenkomen. Praktische voorbeelden: extra logopedie voor spraakproblemen, trajecten voor ADHD, en regelmatig terugfietsen naar school voor vergeten spullen — handelingen ingegeven door de wens dat je kind zonder remmingen kan meedoen.
Generatiedeskundige Jos Ahlers ziet deze kenmerken terug bij veel millennials: betrokkenheid gecombineerd met prestatiedruk op werk leidt vaak tot ’mom guilt’ en een neiging om het ouderschap als project te benaderen — kinderen veel begeleiden en ontwikkelen. Toch doet deze generatie volgens Ahlers minder aan overdreven ‘curling’ dan eerdere generaties: er is meer besef dat loslaten ook goed is.
De generatie na ons, gen Z, timmert ondertussen ook aan de opvoeddeur. Oudercoach Kimberley Galenkamp ziet het grootste verschil vooral in prioriteiten: waar millennials het kind vaak op één zetten en zichzelf wegcijferen, stelt gen Z zichzelf bewust op de eerste plaats om zodoende beter voor het kind te kunnen zorgen. Dat vertaalt zich in het aangeven van grenzen, bewuste nee’s, en het claimen van tijd voor herstel — van wekelijkse kleine afkoppelmomenten tot een heel weekend alleen in een hotel. Voor gen Z zijn balans en mentale gezondheid geen luxe maar randvoorwaarden; werkgevers spelen daar vandaag vaker op in met meer thuiswerk en ruimere partnerverlofregelingen, wat opvoeden er substantiëler anders op maakt dan tien jaar geleden.
Ahlers verwacht dat gen Z ook opener is in het vragen van hulp en transparanter over mentale gezondheid — deels omdat ze zelf online veel voorbeelden hiervan zien. Tegelijkertijd zouden gen Z-ouders hun kinderen vaker op zekerheid willen voorbereiden: opgegroeid tussen crisissen (bank-, klimaat-, woon-, stikstofproblematiek), hebben zij meer wantrouwen tegenover een onzekere toekomst en zullen ze kinderen geneigd zijn aan te moedigen iets te kiezen met toekomstperspectief. Wat schermbeleid betreft: omdat gen Z met digitale risico’s is opgegroeid, zou die generatie juist meer aandacht kunnen hebben voor buitenspelen en offline tijd.
Maar het is geenzijdig leren: Galenkamp waarschuwt dat gen Z ook te ver kan doorslaan in zelfontwikkeling en alles op zichzelf kan betrekken wanneer een kind huilt of moeilijk is. Millennials brengen daar praktische acceptatie tegenover: soms is een huilbaby simpelweg een huilbaby, en niet alles is maakbaar.
Uiteindelijk is het beeld genuanceerd: elke generatie reageert op de tekortkomingen van de vorige. Millennials kunnen leren van gen Z’s grenzen stellen en zelfzorg; gen Z kan profiteren van millennials’ relativeringsvermogen en acceptatie van onoverkomelijke aspecten van opvoeden. Persoonlijk wil ik als millennial wel proberen meer ruimte voor mezelf te nemen — misschien eerst een minidagje hotel met roomservice — zodat ik daarna weer beter voor mijn gezin kan zijn.
De Oranjezomer: Henk ten Cate en Guus Hiddink reageren: Zou Sarina Wiegman de mannen van Ajax kunnen trainen?