Deze boosdoener voor kinderen met astma blijkt minder gevaarlijk dan gedacht (en dat is goed nieuws)
In dit artikel:
Zweedse onderzoekers van het Karolinska Institutet onderzochten of een kat in huis astmaklachten bij kinderen verergert. Ze volgden gedurende twee jaar 30.277 kinderen (4–17 jaar) met astma of luchtwegallergie en vonden nauwelijks verschil in het aantal ernstige aanvallen: 3,3% van de kinderen die met een kat leefde kreeg een aanval, tegenover 3,5% van de kinderen zonder kat. Ook bij ernstiger vormen van astma waren de verschillen minimaal. Het aantal katten, de leeftijd of het geslacht van de kat maakte geen meetbaar verschil.
Als mogelijke verklaring noemen de onderzoekers dat kattenallergenen tegenwoordig bijna overal aanwezig zijn: via kleding en spullen komen ze terecht op scholen, in winkels en het openbaar vervoer, waardoor ook kinderen zonder huisdier regelmatig worden blootgesteld. Hoofdonderzoeker Resthie Putri concludeert dat kinderen met astma die met een kat wonen op korte termijn vergelijkbare gezondheidsuitkomsten hebben als kinderen zonder kat.
Dat betekent niet dat katten voor iedereen veilig zijn: kinderen met een bewezen kattenallergie kunnen nog steeds klachten krijgen. De studie suggereert wel dat het algemene advies om gezinshuizen met astmatische kinderen standaard katten te laten vermijden te kort door de bocht kan zijn. Voor ouders biedt dit nieuw inzicht: in plaats van een algemeen verbod kan individuele afweging — bijvoorbeeld allergietesten en overleg met de huisarts of longarts — beter beslissingsmateriaal geven over het nemen of houden van een kat.