Deborah: 'En toch zeggen mensen: 'het is het beste'. Alsof 'het beste' voor iedereen hetzelfde betekent'

zaterdag, 28 februari 2026 (06:34) - Kek Mama

In dit artikel:

Deborah (30), getrouwd en moeder van twee zoons — Jake (4) en Cody (1) — beschrijft hoe haar eerste ervaring met borstvoeding veranderde van een gekoesterde wens in iets dat haar mentaal en lichamelijk brak. Na een zware bevalling wilde ze graag borstvoeding geven omdat het haar een intieme verbinding leek. In de praktijk bleek het echter iedere paar uur kolven, aanleggen dat niet goed lukte en veel gehuil: haar zoon hapte slecht aan, werd gefrustreerd en zij raakte steeds verder uitgeput. Met een lichaam dat nog herstelde en een hoofd vol mist voelde ze zich niet als een team met haar lijf maar eerder tegenovergesteld.

Na een paar dagen grepen haar kraamhulp en verloskundige in; ze zagen dat ze het niet meer trok en raadden haar aan te stoppen. Dat ter sprake brengen voelde voor Deborah aan als betrapt worden en stoppen voelde als falen — niet alleen van het geven van borstvoeding, maar ook van het beeld van de moeder dat ze voor ogen had. Bij haar tweede kind besloot ze al vóór vragen van anderen dat ze het niet nog eens wilde proberen. Die keuze was niet gemakzuchtig of uit onwil, maar een bewuste grens: voorkomen dat ze zichzelf opnieuw zou verliezen in iets dat haar eerder beschadigd had.

Ze zet ook vraagtekens bij het algemene verhaal dat borstvoeding altijd “het beste” zou zijn, omdat die norm vaak voorbijgaat aan mentale rust en het basisbelang om te kunnen overleven en gedragen te worden. Voor haar was het stoppen geen capitulatie maar zelfzorg: het einde van het zichzelf continu moeten bewijzen.

Context: postpartum-situaties zijn complex en borstvoeding lukt niet voor iedereen. Professionele steun (zoals kraamzorg, verloskundigen en lactatiekundigen) kan helpen, maar respect voor persoonlijke grenzen en aandacht voor mentale gezondheid zijn cruciaal bij de keuze om wel of geen borstvoeding te geven.