Anne woont met haar gezin in de Zweedse bossen: 'De was doe ik als de zon schijnt, anders is de stroom op'
In dit artikel:
Anne (39) woont met haar man Martijn (45) en hun kinderen Espen (6) en Iep (2) diep in de bossen van Midden-Zweden. Hun huis ligt op een terrein van 4,5 hectare aan een meer, op zes kilometer van de dichtstbijzijnde buren en brievenbus. Het gezin leeft volledig offgrid: water komt uit een eigen bron, elektriciteit wordt vooral opgewekt met zonnepanelen en telefoonbereik is vrijwel afwezig.
Anne en Martijn ontmoetten elkaar eind 2016 in de trein. Ze verkochten hun huizen en Martijns bedrijf en reisden vier jaar met een camper door Europa, waarbij ze vrijwilligerswerk deden in ruil voor kost en inwoning. Toen Anne zwanger werd, bouwden ze een camper om tot woning. Door de uitbraak van het coronavirus strandden ze onderweg naar Mongolië in Frankrijk. Omdat ze al uit Nederland waren uitgeschreven, trokken ze daarna naar Scandinavië. In Zweden vonden ze een vervallen terrein dat 25 jaar had leeggestaan. Martijn, die timmerman is, verbouwde een van de huisjes in vier maanden tot hun woning.
Het offgrid-bestaan vraagt veel planning en zelfredzaamheid. De zonnepanelen leveren ongeveer acht maanden per jaar stroom; in de donkere winter gebruiken ze soms een benzinegenerator. Water halen ze uit een geboorde bron en verwarmen ze met een houtkachel, die ook als fornuis dient. Ze hebben droogtoiletten en een eigen systeem om urine te filteren. Als leidingen bevriezen of apparatuur stukgaat, moeten ze problemen zelf oplossen. Ook hout kappen, drogen en op tijd een voorraad aanleggen hoort bij het dagelijks leven. Wassen gebeurt bij voorkeur wanneer de zon schijnt en voor een warme douche moet eerst de kachel worden gestookt.
Na anderhalf jaar zonder betrouwbare verbinding legden ze een eigen wifinetwerk aan. Bellen blijft lastig: daarvoor moeten ze soms naar een hoger punt op het terrein. Met familie en vrienden communiceren ze meestal via WhatsApp; voor noodgevallen zijn speciale zenders beschikbaar. De afgelegen ligging kan riskant zijn. Toen Anne een miskraam kreeg en ’s nachts veel bloed verloor, lag het ziekenhuis een uur rijden verderop. Dankzij een ambulancepost op 25 minuten afstand kon ze snel hulp krijgen.
Het gezin kweekt groenten en fruit in de moestuin en kas en verwerkt overschotten tot conserven, jam en andere voorraad. Volledig zelfvoorzienend willen ze niet zijn. In de zomer runnen ze bovendien een kleine, eenvoudige camping zonder stroompunten of douchegebouw. Die trekt al drie jaar veel bezoekers, waardoor het terrein vol zit met vakantiegangers, kinderen en vrijwilligers. In de winter valt die drukte weg. Omdat sociale contacten in Zweden volgens Anne moeilijker ontstaan, voelt het gezin zich dan soms eenzaam.
De kinderen gaan inmiddels naar school, zodat ze Zweeds leren en het hele jaar door met leeftijdsgenoten kunnen omgaan. Op hun eigen terrein groeien ze op tussen bossen en wilde dieren, zoals reeën, otters, wolven en veelvraten. Anne geniet van de stilte, de donkere sterrenhemel en het zwemmen in het meer. Hoewel ze niet weet of het gezin er altijd zal blijven, ervaart ze het vrije leven en de natuur als een grote rijkdom. De dagelijkse inspanning en beperkingen wegen voor haar op tegen de vrijheid die haar kinderen krijgen.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’