Angela emigreerde met haar gezin naar Frankrijk: 'Prachtig vind ik de kleine klassen en het gebrek aan prestatiedruk'
In dit artikel:
Angela Steuns (42), haar man Kay (40) en hun kinderen Daan (9) en Pippa (4) verruilden Nederland voor het kleine dorp Agel in de Franse regio Occitanie. Het plan bestond al vanaf het begin van hun relatie, maar kreeg vorm tijdens de coronaperiode: na de verkoop van Angela’s kledingboetiek besloten ze te verkassen voor meer rust, natuur en tijd als gezin. De verhuizing vond plaats toen Pippa zes maanden oud was en Daan 5,5 jaar; het hele gezin doorstond in die periode een intensieve verhuis- en klusperiode.
Het leven in Zuid-Frankrijk bleek direct anders: een lager tempo, minder aandacht voor uiterlijk en een nogal laissez-faire houding. Veel zaken verlopen op papier en volgens het eigen ritme van mensen, wat geduld vergt. Fransen zijn doorgaans minder uitgesproken dan Nederlanders, waardoor directheid hier minder beantwoord wordt. Voor Angela levert dat enerzijds ontspanning op, maar soms ook frictie met Nederlandse gewoonten.
De kinderen pasten zich goed aan. Pippa kent geen ander leven en voelt dit als normaal; Daan toonde volgens zijn ouders onverwachte veerkracht en enthousiasme tijdens de grote overstap. De basisschool in het dorp volgt het traditionele Franse model: kleine klassen, klassikaal onderwijs, veel structuur en huiswerk, geen tablets of veel speeltoestellen — kinderen spelen nog met eenvoudige middelen en leren elkaar te vermaken. Angela waardeert het gebrek aan prestatiedruk en labels, en vindt die eenvoud waardevol voor de ontwikkeling van kinderen.
Tegelijk kent het Franse schoolsysteem lange werkdagen: les van 9–12 en van 14–17, plus woensdagen vrij en lange vakanties. Dat compenseert deels de intensiteit, maar Angela maakt zich zorgen over de toekomst: vanaf de middelbare school beginnen hier vaak vroege busritten en lange dagen; internaat of lange afstanden zijn normaal vanaf veertien jaar. Hoe dat past bij hun gezin op de lange termijn blijft een punt van aandacht.
Het nieuwe leven bracht meer gezamenlijke tijd: samen ontbijten, lunchen en dineren versterkte de familiebanden en maakte het gezin hechter. Minder prikkels en minder materialisme scheppen volgens Angela ruimte voor verbinding — iets wat Nederlandse ouders van haar kant best meer zouden kunnen omarmen. Tegelijk behouden ze typisch Nederlandse gewoonten, zoals structuur en broodjes bij de lunch. Wat ze wél missen zijn de Nederlandse vanzelfsprekendheid en bereikbaarheidscultuur; Kay mist het sociale leven tijdens de rustige winters rond Agel.
Angela’s advies aan andere gezinnen: wacht niet te lang, betrek kinderen goed, leer de taal en neem deel aan dorpsactiviteiten om geaccepteerd te worden. Ze noemt de stap spannend maar verrijkend en benadrukt dat je altijd terug kunt, waardoor het risico draaglijker wordt. Voor hen heeft de emigratie geleid tot meer rust, verbinding en een gevoel dat ze hun droom hebben waargemaakt.